Start van de oorlog in Katwijk

Impressie artwork

Start van de oorlog in Katwijk

Publicatie:

Staat van beleg

Op 19 april 1940 wordt de staat van beleg afgekondigd. De burgemeester heeft deze mededeling      ’s middags op diverse plaatsen in de gemeente laten aanplakken. De bevoegdheden van het leger worden door deze maatregel sterk uitgebreid. Dat deze voortekenen niet bedriegen, blijkt wel uit het Duitse aanvalsplan dat erop gericht is in Nederland snel een overwinning te behalen om de ingezette troepen direct in België en Frankrijk mee te kunnen laten vechten. Ons land zal vanuit het oosten door een enorme overmacht van grondtroepen worden aangevallen. Onder leiding van de Duitse generaal Student zal een luchtlandingsleger worden ingezet. Deze zal rond Den Haag landen en vervolgens het Koninklijk Huis, de regering en het opperbevel van de Nederlandse strijdkrachten gevangen nemen. Hiertoe zullen landingen op de vliegvelden Ypenburg, Ockenburg en Valkenburg plaatsvinden.

De Duitse inval

Op vrijdag 10 mei wordt de angst bewaarheid. Om ongeveer 03:00 ’s nachts trekken Duitse troepen in het oosten de Nederlandse grens over. Als de bewakingstroepen van vliegveld Valkenburg omstreeks 03:00 uur ’s nachts hun stellingen betrekken, worden op grote hoogte vliegtuigen gehoord. Een uur later vliegen twee groepen van elk drie vliegtuigen over en werpen bommen af op de hangaars, waardoor verliezen worden geleden. Om ongeveer 05:00 uur lossen zes Junkers transportvliegtuigen de eerste groepen parachutisten ten zuid- en noordoosten van het vliegveld. De parachutisten maken deel uit van het 2de fallschirmjager regiment. De dalende parachutisten krijgen een regen van kogels op zich afgevuurd, waarbij ze zware verliezen lijden en onmogelijk het vliegveld kunnen bereiken.

Uitgeschakeld

Vervolgens landen Junkers transportvliegtuigen op het vliegveld. De in de gevechtsopstellingen verblijvende troepen openen nu ook het vuur op de op het vliegveld landende transportvliegtuigen. Na een paar uur zijn meer dan 50 toestellen geland.  De aanval komt als een verrassing en de Duitse overmacht is groot. De 450 militairen die het vliegveld moeten verdedigen, houden wanneer ze ook nog vanuit de lucht worden bestookt, geen stand. Mitrailleurnest na mitrailleurnest wordt door de Duitsers uitgeschakeld. Er sneuvelen officieren en soldaten. Er raken tientallen gewond. Een deel weet te ontsnappen, de rest wordt door de Duitsers gevangen genomen en afgevoerd naar Valkenburg. De Duitsers hebben het vliegveld veroverd.

Wat de Duitsers van tevoren niet weten is dat het vliegveld nog in aanleg is en voornamelijk uit drassige weilanden bestaat. Daardoor kunnen de 57 Duitse toestellen die er zijn geland niet meer opstijgen. Ze zitten tot hun assen in de modder. De gelande toestellen kunnen dus niet terugkeren naar Duitsland om versterkingen op te halen. De op het vliegveld gelande toestellen versperren tevens het terrein voor een landing van een volgende groep die zich al in de lucht boven Valkenburg bevindt.

Hevige gevechten

Het vierde Regiment infanterie begint de eerste tegenaanval op het vliegveld onder leiding van majoor Jan Mallinckrodt. De majoor vertrekt vanuit Katwijk, waar hij zijn overgebleven troepen laat verzamelen in de Commandeurslaan. Daarna trekken zij op richting het vliegveld. Intussen zijn er echter wel meer dan duizend Duitsers geland.

Bij het Shell station aan de Wassenaarseweg (ongeveer op de plek van het huidige Shell station) stelt Mallinckrodt zich op de hoogte van de situatie. Hij krijgt hier informatie van soldaten die het vliegveld ontvlucht zijn. Overste Buurman komt vanaf de commandopost in Noordwijk om zich op de hoogte te stellen van de gevechten. Hij overlegt met majoor Mallinckrodt en geeft toestemming aan het door Mallinckrodt genomen besluit om de opmars naar het vliegveld onverwijld in te zetten. De eerste aanval wordt om 05:40 uur ingezet.

Na met majoor Mallinckrodt te hebben gesproken gaat overste Buurman naar molen De Geregtigheid en ziet op de Valkenburgseweg 300 meter verder een Duitse post die de smalspoorbaan van de Ballasthaven bezet houdt.

Na hevige gevechten in een poging het vliegveld te heroveren en waarbij veel gewonden vallen en diverse soldaten sneuvelen, trekt majoor Mallinckrodt zich terug in het duingebied langs de Wassenaarseweg en kiest daar positie van waaruit het schieten wordt voortgezet.

Om kwart over acht in de morgen vertrekken vanaf vliegveld Ruigenhoek, vijf Nederlandse Fokker  toestellen om vliegveld Valkenburg te bombarderen. De afgeworpen bommen komen tussen de gelande Junkers tot ontploffing, waardoor een aantal toestellen in brand vliegt.

Teruggekomen in Noordwijk geeft luitenant kolonel H.D. Buurman om 06:30 uur de volgende bevelen:

  • Het 1e  bataljon 4e  Regiment Infanterie vanuit Noordwijk door Katwijk aan Zee over het pompstation van de Leidse Duinwater Maatschappij uit Noord Westelijke richting oprukken richting vliegveld Valkenburg
  • Het 2e  bataljon 4e  Regiment Infanterie uit Noordwijk-Binnen via Katwijk aan den Rijn uit noord oostelijke richting oprukken richting vliegveld Valkenburg.
  • De regimentsarts moest een hulp verbandplaats inrichten in het seminarium te Katwijk aan den Rijn.     
  • De regimentscommandopost zal worden ingericht in café De Roskam.

Overste Buurman, die weer de tocht naar de molen onderneemt, stelt daar vast dat de situatie onveranderd is. Hij oordeelt dat het nu tijd is om naar De Roskam te gaan waar hij zijn commandopost denkt te vestigen en waar hij zijn staf vermoedt aan te treffen. Als hij dorp ingaat via de Voorstraat ziet hij dat het kruispunt bij De Roskam onder mitrailleurvuur ligt. Bij de brug staat een stukgeschoten auto. Ernaast ligt een zwaargewonde luitenant van de Nederlandse artillerie en eveneens een aantal doodgeschoten paarden.

Overste Buurman

De vijand is na de mislukte aanval op het vliegveld door het bataljon van majoor Mallinckrodt in Katwijk aan den Rijn geïnfiltreerd om het gebied boven de Rijn af te sluiten. De Duitsers houden met zo’n 20 man de terreinen van het Missiecollege aan de Overrijn bezet. De adjudant richt in verband met deze nieuwe situatie de regiment commandopost in, in de katholieke kleuterschool aan de Kerkstraat.

De regimentsarts richt zijn hulp- en verbandplaats in bij de voormalige tol, in plaats van in het seminarium. Het is dan inmiddels 12:00 uur geworden. Het 2e bataljon zou nu ook in stelling moeten liggen om de aanval op het vliegveld in te kunnen zetten. Maar het 2e bataljon wordt door de vijand opgehouden in Katwijk aan den Rijn.

Nadat het 2e  bataljon vanuit Noordwijk-Binnen de draaibrug (Roversbrug) over is gegaan, valt het omstreeks 10:00 uur via de Noordwijkerweg het dorp binnen. In de Voorstraat wordt met machinegeweren op hen geschoten. Hierdoor ontstaan tijdrovende straatgevechten.

Kruisvuur

Hoe de toestand bij majoor Mallinckrodt en kapitein Dekker is, weet overste Buurman niet. Hij heeft namelijk geen rechtstreekse verbinding doordat een Duitse patrouille onder meer het Shell station heeft bezet. Majoor Cramer geeft het bevel om in de tuin van het huis op de hoek van de Baron van Wassenaerlaan met twee lichte mitrailleurs een kruisvuur te openen op de watertoren en op het Shell station.

Shell Station

Majoor Cramer rukt op naar Valkenburg om ook dit dorp te zuiveren. Inmiddels heeft majoor Mallinckrodt de aanval op het vliegveld ingezet. De vijand op het vliegveld heeft bombardementen en artilleriebeschietingen te verduren gekregen waarna majoor Mallinckrodt oprukt tot bij de toegangsweg van het vliegveld. Na verkenning blijkt dat zij georganiseerd mitrailleurvuur ontvangen vanaf het vliegveld, om precies te zijn vanuit de bloeiende tulpen en vanaf het viaduct van de zandtrein over de Wassenaarseweg. Dit spoor loopt naar de Ballasthaven aan de Valkenburgseweg. Er wordt mortiervuur aangevraagd, waarna deze weerstand wordt gebroken.

Steenfabriek

De kalkzandsteenfabriek aan de Sandtlaan wordt gedurende ongeveer 3 minuten beschoten door de artillerie. Vanwege de toenemende Nederlandse druk ontvluchten de indringers Katwijk aan den Rijn. Zij trekken zich terug in de richting van Valkenburg en laten daarbij hun gewonden en gesneuvelden achter. Zij houden daarbij de steenfabriek tussen Valkenburg en Katwijk aan den Rijn bezet.

Blanke sabel

Mallinckrodts stem schalt over het slagveld: ‘Voorwaarts!’ Het valt echter niet mee de mannen uit de sloot te krijgen. Maar uiteindelijk bereiken ze toch zonder vijandelijk vuur de tankgracht van het vliegveld. Majoor Mallinckrodt gaat voor met pistool en blanke sabel. Hij brult en wakkert de jongens aan. Deze zijn dan niet meer te houden. In verbitterde tweegevechten worden de parachutisten en de soldaten van het luchtlandingkorps buiten gevecht gesteld. De vijandelijke hoofdmacht heeft zich dan al teruggetrokken in Valkenburg.

Naar alle kanten en in alle richtingen waar deuren, doorgangen, ramen, trappen en portieken zijn stormen de mannen verbeten hun doel tegemoet. Het lijkt op een overwinning. Maar binnen, achter de muren van de hangaars en gebouwen wordt verwoed gevochten. De schoten zijn duidelijk hoorbaar.

Majoor Mallinckrodt

Hakenkruis

Na verloop van tijd wordt die onzichtbare strijd merkbaar minder. Niet lang daarna, als er ook geen levensteken op de daken meer te bespeuren valt, zien velen plotseling iemand met een Nederlandse helm bij de vlag. Er verschijnt ook een tweede persoon. Het vlaggenkoord gaat los, het hakenkruis zakt. De vlag wordt gestreken. Hebben we gewonnen? Is het doel bereikt? Het lijkt er wel op, want onmiddellijk hierop verschijnt de Nederlandse driekleur, het symbool van overwinning. Het rood – wit – blauw wappert weer op vliegveld Valkenburg. De vlag is afkomstig uit de toren van de rooms-katholieke kerk in Katwijk aan den Rijn. De toren van deze kerk heeft als uitkijkpost gediend tijdens de gevechten die vanuit de pastorie geleid zijn.

Nadat de beveiliging richting Valkenburg en de Pan is uitgezet, kan majoor Mallinckrodt aan overste Buurman het bericht verzenden: ‘Vliegveld heroverd. Zendt onmiddellijk vrachtauto’s met stro voor evacuatie van de gewonden.’

De Duitsers rapporteren om 18:30 uur aan hun opperbevel over de eerste dag strijd: ‘Luchtlanding op de vliegvelden Katwijk, Kijkduin en Ypenburg door sterke afweer mislukt. Het dorp Valkenburg veroverd’. (De Duitsers noemden vliegveld Valkenburg: vliegveld Katwijk). Gedurende de daarop volgende dagen gaan de gevechten om het dorp Valkenburg in alle hevigheid door.

In de nacht van 10 op 11 mei marcheert een bataljon uit Katwijk aan den Rijn naar de Wassenaarse duinen met het doel om de Duitsers daar uit te schakelen. Bij Wassenaarse Slag wordt een bivak opgeslagen. Om kwart over vier ’s nachts wordt dat bivak echter aangevallen door de Duitsers. Aan Nederlandse zijde vallen doden en gewonden. Anderen geven zich over. De overige vluchten naar Wassenaar.

Boerderij

Op 13 mei komt het in het gebied ten noorden van Den Haag niet tot grote gevechtsacties. Maar onze artillerie blijft wel actief en daarom gaat de door de Duitsers bezette boerderij Zonneveld ten zuiden van Valkenburg in vlammen op. In het polderland tussen het vliegveld en Wassenaar ligt nog zo’n boerderij, de Albertushoeve (thans Hotel Wassenaar). Die is door de Duitsers zwaar versterkt en vormt een strategisch punt. Dat is majoor Mallinckrodt niet ontgaan en het plan wordt gemaakt om deze stelling in te nemen. Een versterkte artilleriesectie krijgt de opdracht om na een artilleriebombardement aan te vallen. De Albertushoeve wordt daardoor zwaar beschadigd maar de rondom ingegraven vijand weerstaat de aanval, tot verdriet van de majoor. Die wil er nu met twee compagnieën op af en zuivert eerst het Panbos. Maar dan krijgt hij de uitdrukkelijke opdracht zijn basis weer op te zoeken, van een aanval op de Albertushoeve is het niet meer gekomen.

Albertushoeve

14 mei

Uit Valkenburg komt het verzoek tot een wapenstilstand van drie uur om de burgerbevolking van Valkenburg met uitzondering van de mannen tussen de 16 en 60 jaar te vervoeren. Ook willen zij in die tijd de gewonde burgers vervoeren en de doden begraven. Slechts een uur wordt toegestaan.

Sergeant J.W. Nijholt, die gelegerd is in het Missiecollege aan de Overrijn vertelt het volgende:

‘Eigenaardig stil is het ’s morgens. Nergens wordt geschoten. We wassen en scheren ons. Mijn haar dat altijd met een welriekend plakmiddel in bedwang wordt gehouden moet zich nu behelpen met een lik margarine. We slenteren Katwijk in. Dichte drommen mensen verdringen zich langs de straat. Wij begeven ons erheen. Flarden van gesprekken dringen tot me door. Langzaam beginnen we te begrijpen. Er is onderhandeld. De Duitsers in Valkenburg willen zich overgeven op voorwaarde van een vrije aftocht naar Duitsland. Het is geweigerd! Dan zal verder worden gevochten, nadat het vuren zolang is gestaakt dat de vrouwen, kinderen, grijsaards en gewonden uit het dorp zijn gehaald. De volwassen mannen moeten blijven. Daar nadert reeds de stoet. Vrouwen met kleine kinderen op de arm, kinderen die aan haar rokken hangen, huilende vrouwen, strompelende gewonden, slachtoffers van de hel die eensklaps over hun rustige dorpje losbarstte, oude vrouwen en mannen gesteund en gedragen door verwanten, sommige geschoven in invalidenwagentje.

En op al die gezichten is te lezen de verschrikking van hetgeen ze hebben doorstaan, de angst over hetgeen er zal worden van hun mannen, hun vaders, hun zonen die in Valkenburg moeten achterblijven. Drie dagen hebben deze ongelukkige doorgebracht te midden van het razende geweld van een onafgebroken bombardement met kanonnen, met mortieren, met mitrailleurs. Drie dagen hebben ze het uitgehouden, daar waar wij dachten dat zich haast geen levend wezen meer kon bevinden. Een vloek wringt zich uit mijn keel. Niets ter wereld is te vergelijken met zo een schreeuwend beeld van menselijk leed en menselijke ellende’.

Bombardement

Om 10:35 uur stellen de Duitsers bij Rotterdam een ultimatum aan de garnizoenscommandant. Rotterdam moet zich binnen twee uur overgeven. Ongeveer om 13:30 uur begint het Duitse bombardement op Rotterdam. Hierbij vallen onder de burgerbevolking ongeveer 900 doden. Er gaan 25.000 woningen verloren. De opperbevelhebber machtigt hierop de garnizoenscommandant om het ultimatum te accepteren.

De voorgenomen aanval op het dorp Valkenburg blijft uit. Omstreeks 15:00 uur werpt een Duitse bommenwerper enige bommen op de zuidoostkant van Katwijk aan den Rijn in de nabijheid van de kalkzandsteenfabriek. In de ovens van de fabriek wordt met succes dekking gezocht tegen dit bombardement. Na het bombardement worden op 1500 meter ingenomen stellingen van de Duitsers door luitenant Guijt ontdekt. Dit wordt gemeld aan de commandopost van majoor Cramer in het molenaarshuis. Op de derde verdieping van de fabriek wordt een mortierstuk in stelling gebracht waarmee gevuurd wordt op de opdringerige vijand.

Uit het dorp Valkenburg wordt vrij veel mitrailleurvuur ontvangen. Het vuur uit Valkenburg wordt beantwoord door een mortiersectie, alsmede door enige secties zware mitrailleurs en door een sectie pag. Door de eerste sectie mortieren is voortdurend vuur afgegeven op Duitsers die trachten de gedropte munitie bij het vliegveld te bergen. Daarvoor is in de kap van de molen een uitkijkpost met telefoonverbinding gestationeerd die met de mortiersectie is verbonden. De vijand doet echter geen poging meer het dorp Valkenburg uit te breken.

In zijn werkkamer op het algemeen hoofdkwartier in Den Haag neemt generaal H.G. Winkelman als hoogste gezagsdrager in Nederland op 14 mei om 16:15 uur het zware besluit om te capituleren. Op die middag meent de generaal dat de oorlog voor Nederland het punt heeft bereikt waarop voortzetting onnodig bloedvergieten zal betekenen. Rotterdam is gebombardeerd en de Duitsers zijn van plan hetzelfde te doen met Utrecht. Tot zijn twee naaste medewerkers zegt hij: ‘Nederland zal capituleren, met uitzondering van Zeeland waar nog andere geallieerde legers vechten. Waarschuw de Duitse gezant’.

Capitulatie in Katwijk

Ook op de commandopost van overste Buurman aan de Kerkstraat komt het bericht dat er een wapenstilstand is gesloten, dat alle gevechtsbescheiden vernietigd moeten worden en dat alle wapens onbruikbaar moeten worden gemaakt. Iedereen is diep onder de indruk. Overste Buurman belt met de divisiecommandant omdat hij het bericht niet kan geloven, maar hij hoort uit diens mond dat de capitulatie een feit is. Zekerheidshalve zendt hij nog twee officieren naar de divisiecommandant om bevestiging te vragen.

Verscheidene officieren en manschappen weigeren aanvankelijk de strijd te staken en kunnen maar moeilijk tot rede gebracht worden. De wapens en de munitie worden naar de loodsen op het schietterrein aan de Cantineweg gebracht. Majoor Mallinckrodt krijgt opdracht naar de regimentscommandopost te gaan. Als hij terugkomt, laat hij iedereen bij elkaar roepen. En daar komt iedereen: ongewassen, half vervuild, met baarden van vijf dagen. De ogen liggen diep in de kassen, maar allen hebben hun geweer in de vuist. Daar aan de rand van een van de kuilen waar zij vierenhalve dag gewoond hebben, spreekt hij zijn manschappen toe: ‘Jongens, de koningin is met de regering naar Engeland overgestoken, Rotterdam is gebombardeerd, de opperbevelhebber heeft gelast de wapens neer te leggen.’ Gezamenlijk zingen zij het Wilhelmus, de tranen springen in de ogen tranen. Ze trekken strepen in het vuil op de gezichten. Iedereen gooit zijn geweren, bajonetten, pistolen, dolken en zelfs trommelstokken in de kuil. Het is of ze met hun wapens tegelijk de eer van het volk begraven.

Schietterrein aan de kantineweg

De regimentsaalmoezenier spreekt namens overste Buurman de manschappen toe. De overste is met enkele soldaten naar het kerkhof gegaan, naar de gesneuvelden. Er komt een delegatie burgers van Katwijk om de overste en het regiment te bedanken.

Tickets

Klik snel op deze knop en koop tickets voor de leukste activiteiten tijdens de viering van 75 jaar Vrijheid.

Tickets kopen